Hij bedoelde het als grap, maar ik vond het een goed idee – deel 5

In tijden van gelijkwaardigheid hoeft een man heus toch niet groter te zijn dan een vrouw?

 

Are you hanging up a stocking on your wall?
Are you hoping that the snow will start to fall?

 

Een lange rij jassen en mantels kronkelt zich als een duizendpoot door de poorten de kerk binnen. Wie over enkele minuten met een luchttuig over de wit besneeuwde stad zou dwalen, zou verlaten huizen aantreffen waar sfeerlichten zijn blijven branden als vogelschrik voor inbrekers. Zij zijn zowat de enigen die zich in de nacht van 24 op 25 december op klokslag middernacht niet in de kerk bevinden.

Achteraan in de rij staan jullie, twee aan twee, arm in arm. De Bidon en je moeder, oom Patrick en Matthijs, Liesbeth en Lorenzo, Laura en David, jij en je hyperzelfbewustzijn. De ene al wat gelukkiger dan de andere, de ene al wat wankeler dan de andere, de ene al wat moeër dan de andere. Je slaaptekort tikt je op de schouder, maar als je omkijkt, zie je niemand.

Het is drie voor middernacht wanneer jullie de kerk betreden en de sneeuw van jullie haren en kleding kunnen laten smelten. Een orgel en een koor van een twintigtal bejaarde mannen en vrouwen laten traditionele kerstliederen weerklinken en begeleiden jullie passen. In het koor herken je de drie bejaarden uit de wachtkamer van dokter Vermorgen. De woorden die het koor ter ore brengt, worden gretig meegekeeld door de vroomste parochianen die al tot zevenmaal zeventig glaasjes te veel ophebben deze avond.

Vooraan in de kerk wordt het altaar geflankeerd door een levende kerststal. Jozef, Maria, een os en een ezel staan vroom de vierde wand te doorbreken. Een met lampzwart geverfde pop van Baby Born in de kribbe zorgt voor diversiteit.

Jullie bewegen zich door het gangpad naar voren. Alleen op de eerste rij zijn nog enkele plaatsen vrij. Die wordt door de eerste bezoekers uit schroom en voorbehoud opengelaten. Stel je maar eens voor dat de priester de losbandige walm van goedkope Aldi-wijn en Lidl-kroketten zou ruiken en zou zien hoe niet alleen de meest dronken nonkel al voor de geloofsbelijdenis zit te knikkebollen. Als iets de doorsnee middernachtsmisbezoeker definieert, dan is het wel zijn façade van oprechte interesse in een ritueel dat zich al zo’n twee millennia herhaalt, denk je.

Tijdens jullie tocht naar voren kan je je niet van de indruk ontdoen dat de mensen naar jullie kijken. Niet omdat oom Patrick strompelt en strunkelt, niet omdat Liesbeth zelfs op kerstavond een joggingpak draagt, zelfs niet omdat Liesbeth bij de Bidon thuis haar slapende kinderen vergeten is: wel doordat ze een vrouw van bijna gemiddelde grootte amoureus hand in hand zien wandelen met een man die door zijn geringe hoogte en zijn kindersmoking op weg lijkt om vijf maanden te vroeg zijn eerste communie te gaan doen.

Je hoort gemompel, gegniffel, geroezemoes, hier en daar een schaterlach, ziet hoe David en Laura het horen, ziet hoe de honende blikken van het volk tatoeages van zelfverloochening op hun ziel branden. Voor een ogenblik wens je dat ze met jou zouden lachen, met jouw panterjas, jouw geringe hoogte, die ze louter gedogen omdat er een extremum voor je loopt, zoals België naast Luxemburg best een groot land lijkt. Wanneer jullie gaan zitten, zie je hoe een diaken – of hoe noem je zo’n katholieke groupie ook weer? – jullie spottend toekijkt en vervolgens de priester een grap influistert die door de oude man op een smakelijke schaterlach onthaald wordt. David haalt deemoedig de schouders op. Laura geeft hem kus, jij geeft hem een schouderklop.

Nog geen vijf minuten over middernacht moet je moeder oom Patrick al middels een elleboogstoot in zijn zij behoeden voor openbaar gesnurk. De stem en de intonatie van de priester zijn monotoon als een metronoom. Wanneer je achteromkijkt, zie je hoe de meeste toeschouwers hoofdondersteuning zoeken op de schouder van hun buur.

Zoals elk jaar heb je in de smiezen dat veel van de bezoekers hier niet zitten om het leven of de zoveelste geboorte van de plastic Messias te vieren, maar wel om te zien en gezien te worden. Zij zijn diegenen die de heilige hostie liefst van al met een zoetzuur dipsausje zouden consumeren.

Je reflecteert over het afgelopen jaar, over wat je niet hebt gedaan. Een jaar waarbij je op een dag na de werkelijkheid hebt ondergaan als een koning het protocol. Hoe avant-gardistisch je in gedachten ook bent: in de realiteit ben je zo gedwee als plastic Baby Born uit de kribbe die zich een opportunistische blackface liet aanmeten.

Alleen kan je de wereld niet veranderen. Maar je kan alleen wel jouw wereld veranderen.

Midden in een verhaal van de priester dat je al zo’n twintig keer eerder hebt gehoord en al zo’n twintig keer eerder bent vergeten, sta je op, vastberaden, herboren.

Het duurt vele seconden voor ook maar iemand onder het ingedommelde volk doorheeft dat er iets aan de hand is. De priester dreunt al de hele tijd – en bij uitbreiding zijn hele leven – zijn tekst af als las hij het metrisch stelsel voor en ziet zijn spraak pas gestokt wanneer hij rumoer onder zijn parochianen ontwaart. Instinctief hoopt hij een verschijning te zien van de Heilige Maagd of toch op zijn minst van Maria Magdalena, maar de werkelijkheid is dat jij, een tengere jongeman van nog maar achtentwintig jaar, de preekstoel hebt beklommen en als een postmoderne verrijzenis van Adolf Daens het volk overschouwt. De priester slaat een kruisteken, want de enige vorm van bewakingsagenten in de kerk zijn de diakens, en die kijken er louter op toe dat er geen onverlaat met de rode wijn, pardon, het bloed van Christus, aan de haal gaat.

Je ziet de blikken van het volk op je gericht. Je kijkt naar je familie. De Bidon zit perplex, weet niet of je het licht of de duisternis hebt gezien. Je moeder grijnst, ziet weer een opflakkering van de zoon die ze ooit heeft gekend, iemand die het onverwachte omarmde, iemand die niet om enige conventie beschroomd is. Je grijnst terug. Kijkt dan naar het volk. Her en der haalt iemand zijn smartphone boven, om een filmpje, een foto of een Instagram Story aan je te wijden. Zij zien een man met een warrig kapsel, een donkere snor, een panterjas en een strak donker pak zonder das op de preekstoel prijken, weten meteen waarover ze straks bij het dessert zullen kunnen praten, en dan heb je nog niet eens iets gezegd. Je sluit de ogen en luistert, hoort de adrenaline door je lichaam gutsen, hoort hoe het volk de adem inhoudt, klaar om gereanimeerd te worden door jou.

Door jou.

‘Beste mensen. Ik ben de schaamte voorbij. Nu jullie nog.

Mijn naam is Francesco Saelens. Ik ben achtentwintig jaar. Zo’n kwartier geleden hebben jullie mij hier samen met mijn familie de kerk zien binnenwandelen. Jullie mompelden. Gniffelden. Lieten geroezemoes weerklinken. Stootten al snel onomwonden schaterlachjes uit. En waarom? Uit leedvermaak. Maar wat precies is het leed waarmee jullie zich vermaakten?

Vlak voor mij liepen twee verliefde mensen. Mijn zus en haar meer dan dertig centimeter kleinere geliefde. En dan? Ook al zaten jullie op jullie veel te lage kerkstoelen, toch keken jullie neer op het geluk van Laura en David. En waarom?

Beste mensen: dit is het manifest voor de waarde en de rechten van de kleine man.

Ooit is stilzwijgend bepaald dat grootte een kwaliteit is en geen eigenschap. Iemand die ook maar een centimeter kleiner is dan gemiddeld, is niet groot. Iemand die twintig centimeter kleiner is dan gemiddeld, en ik pleit schuldig, maar vraag ogenblikkelijk de vrijspraak, is helemaal niet groot. Iemand die een halve meter kleiner is dan gemiddeld, die kan de werkelijkheid niet meer omzwachtelen, die valt niet meer in een litotes te vallen. Die is gewoon klein. Alsof die vijf letters een scheldterm zijn. Een eigenschap die alle andere overstemt. Als een muzikant, acteur, schrijver of regisseur met talent zonder weerga in De Slimste Mens Ter Wereld in vier of vijf termen dient te worden omschrijven, is klein er steevast een van, overschaduwt die term elke andere verwezenlijking of charisma. Ik zeg het jullie hier en nu, beminde parochianen: dat is die term niet waard. Die term is even triviaal als de kleur van jullie kousen en jassen. Lengte is een eigenschap, niet eens een typerende, en geen kwaliteit. Wat ons met elkaar verbindt, is onze zelfverklaarde uniciteit. Maar waarom vinden we het bespottelijk als iemand niet aan statistieken en gemiddeldes voldoet? Breek uit jezelf, beste mensen.

Over statistieken en gemiddeldes gesproken: als iemand zoals ik op de barricades gaat staan, maken jullie al snel gewag van een Napoleoncomplex. Maar wisten jullie dat die man eigenlijk van gemiddelde grootte was in zijn tijd, dat hij geen curiositeit was, maar louter doorsnee?

Beste mensen: we zijn het er na jaren gekissebis over eens dat we allemaal gelijkwaardig zijn, man en vrouw en onbepaald, blank en zwart en gekleurd, gelovig en ongelovig en onwetend, heteroseksueel, homoseksueel, biseksueel, panseksueel, aseksueel, wat dan ook, wie dan ook. We wieden clichés en rollenpatronen als onkruid. Maar waar is de consequentie? In tijden van gelijkwaardigheid hoeft een man heus toch niet groter te zijn dan een vrouw?

Taboes zijn er niet om doorbroken te worden. Taboes zijn er om onze normen te bewaren en ons fatsoen te verrijken. Mensen bespotten, veroordelen, discrimineren om hun lengte is een van de laatste niet-taboes. Net zoals lachen met kaalheid, leeftijd en mensen die niet ontiegelijk vroeg opstaan nog geen taboe zijn. Maar dat zijn andere verhalen die maar eens een andere keer verteld dienen te worden.

Lieve mensen: Kerstmis is een viering. Een viering van vereniging, een viering van een nieuw begin. Kijk om jullie heen. We zijn hier verenigd in eenzaamheid. Jullie Tinderprofielen bulken van de restricties. Breek uit jezelf. Breek de grenzen open. Laat jullie verrassen. Durf jezelf te zijn. Durf uniek te zijn. Durf samen uniek te zijn. Ontdek. Verrijk. Geniet.

Vrolijk kerstfeest.’

Meteen na je slotwoord baadt het volk in verwondering en verlichting. Ze staren je aan als waren ze Bernadette Soubirous. Gestaag maar gedecideerd stijgt een applaussalvo op. Iedereen gaat staan. Ook jouw familie. Ook de Bidon. Ook jouw moeder. Ook Lorenzo. Iedereen. Het publiek joelt van vreugde, fluit, uitzinnig, bevrijd, ontvoogd. De organist speelt een popsong, het koor zingt Short people got every reason to live als een mantra. De priester wenkt Laura en David naar het altaar. Het volk zingt hen toe als waren ze een nieuw prinsenpaar. Een Mexican wave banjert door de zaal. Jij duikt van de preekstoel de massa in, crowdsurft op de golven van hun heropende geesten. Je wordt onthaald als een koning. Je glimlacht en lacht van olijke vreugde en opluchting. De laag permafrost in de geesten van de mensen is ontdooid.

Nieuwsgierige blikken krioelen door de kerk. Vrijgezellen allerhande dissen hun smartphone op, openen hun internetdatingprofiel en passen hun criteria aan. Jubelende meldingsgeluiden van nieuwe Tindermatches echoën door de zaal als vuurwerk voor de oren. Het volk mengt zich onder elkaar. David rent naar je toe, springt je in de rug, omhelst je met alle dankbaarheid die hij bezit. Laura zoent je wang met de verbindende zachtheid van de beste zus die je je kan wensen. Je ziet je moeder stralen, ziet haar met haar navigatieapp als kompas in de kerk op zoek gaan naar de nieuwe match die haar smartphone haar heeft aangereikt, ziet haar stranden in de warme armen van dokter Dirk Vermorgen, een man die een half hoofd kleiner is dan zij. Je ziet de Bidon lonken naar de iele, oude apotheker die je van je slaapmedicatie voorzag. Oom Patrick nipt samen met de vrouw van een diaken van de kerkwijn. Matthijs wisselt de eerste zoen van zijn leven uit met een man met wie je ooit nog gevoetbald hebt. Liesbeth? Die heeft geen nood aan intimiteit of romantiek. En Lorenzo? Die vindt zijn geluk in de armen van Mona.

Wat, Mona?

Mona.

Niet de Mona die zichzelf als de maat van alle dingen zag.
Niet de Mona die zich verheven voelde boven alles dat ze niet kon bevatten
Niet de Mona die de draak stak met gewoontes die niet als de hare waren.
Niet de Mona aan wie jij een grotere hekel had dan aan domheid of onrecht.
Niet de Mona van wie iedereen zich meermaals luidop afvroeg wat Lorenzo in haar zag.
Niet de Mona die voor het laatst in levenden lijve is gezien in de Ardennen.

Niet die Mona.

Maar wel Mona. De echte Mona. Niet-Emma Mona. Mona met de hertenogen en de herbergzame glimlach.

Jouw Mona.

Je haalt je schouders op. Je hebt geoogst wat je hebt gezaaid. Ook karma heeft zijn geldingsdrang.

Je draait je om, knoopt je panterjas toe en verlaat de tot een carnavaleske herberg verworden kerk. Een ambigue traan biggelt van je wang.

Buiten regent het sneeuwvlokken in de vorm van diverse smileys en emoji.

De sneeuw is tot de hoogte van je spleen gerezen.

 

So here it is, merry Christmas
Everybody’s having fun
Look to the future now
It’s only just begun

– Slade

Published by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *