Hij bedoelde het als grap, maar ik vond het een goed idee – deel 1

Wat heeft iedereen toch tegen iemand die niet aan de norm voldoet?

 

I don’t know where is up or down
And there ain’t any love left around
Everybody’s wearing a frown
Waiting for Santa to come to town

 

Ongeveer twee minuten voor het einde van zijn spreekuur buzzt dokter Vermorgen je zijn praktijk binnen. Je zweet de opluchting uit je lichaam. Doordat de bus te vroeg was en jij te laat, heb je meer dan een kilometer moeten rennen. Volgens de apothekersklok was het zeven graden onder nul. Onderweg ben je drie keer uitgegleden. Volwassen mannen met oorwarmers en Bikkembergsschoenen staarden je aan alsof jij de idioot op straat was. Probeer bij vriesweer zelf maar eens gehaast te zijn op brogues met houten zolen, wilde je hen toesnauwen, maar daar had je de tijd niet voor. Je stapt gehaast door de gang van je huisarts, bergt je muziekoortjes op in de binnenzak van je pardessus met pantermotief en opent de deur van de wachtkamer met het zelfvertrouwen van iemand die gaat solliciteren voor een job die hij niet wil.

‘Oh.’

Drie bejaarde gezichten kijken op. Drie meer dan je verwacht had. Drie meer dan je voorzien had. Wie gaat er nu de dag voor kerstavond in de namiddag naar een huisarts?

‘Hallo’, mopper je, en je gaat gehaast op de stoel zitten die naast het Ikeatafeltje vol met roddelboekjes staat. De bejaarden gapen naar hun respectieve smartphoneschermen. Je denkt na over hoe je je uit deze situatie kan redden. De tijdbom tikt. De winkels sluiten over anderhalf uur. Je waagt het erop.

‘Excuseer?’ zeg je tegen de wachtkamer. Niemand reageert. Je mag je niet laten ontmoedigen. Deze situatie is een metafoor voor je leven. ‘Zou ik eventueel als volgende mogen? Ik kom louter een voorschrift ophalen.’ Weer reageert niemand. Zouden de bejaarden doof zijn? Even gun je ze het voordeel van de twijfel. Dan stijgt zacht gezoem uit je binnenzak op. Je herkent het als Life in Vain van Daniel Johnston. De muziek overstemt het geadem van mensen die veel tijd en weinig geduld hebben. En die nog steeds over een puntgaaf gehoor beschikken.

‘Sst.’

De drie bejaarden sissen als warme melk die overkookt. Je doet alsof je de hint niet begrijpt. Tevergeefs. Niet veel later herhalen ze de onomatopeïsche leuze van de Bond Zonder Verdraagzaamheid. Je zwicht voor de wet van de meerderheid, haalt je smartphone uit je achterzak en sluit de muziekapplicatie af. Het batterij-icoontje geeft 5% aan. Smartphones en vrieskou zullen nooit goede vrienden worden. Met wie zal jij eigenlijk ooit nog goede vrienden worden? Wat heeft iedereen toch tegen jou? En waarom moet het überhaupt stil zijn in de wachtkamer van een huisarts?

Naar het adagio van pseudo-intellectuelen die maar matig citaten kunnen onthouden, pas je de alom bekende frase van Remco Campert in de praktijk toe: verzet begint niet met grote woorden, maar met luide zuchten. De bejaarden kijken niet meer op. Val dood, wens je hen in gedachten toe, maar dan besef je dat dat voor nog meer tijdverlies zou zorgen. Je leunt achterover, sluit je ogen en begint haast ogenblikkelijk te zweten. Zo gaat het al weken. Overal heb je het te koud. In je appartement heb je de thermostaat opgedreven naar een temperatuur waarbij zelfs Lucifer zou zeggen dat het gerust een paar graden frisser mag. Maar waar je ook bent, hoe koud het daar ook is: zodra je je ogen sluit, begin je te zweten.

Drieënhalf roddelboekje later roept dokter Vermorgen de laatste bejaarde naar zijn kabinet. Je blijft alleen achter. Eindelijk. Je haalt je smartphone uit je achterzak. 17.23 uur. De batterij is nog maar voor 4% gevuld. De winkels sluiten over iets meer dan een halfuur. Je wordt steeds nerveuzer. Je begint noodscenario’s te bedenken. Wat moet je doen als je vandaag geen cadeau vindt? Je kan morgen toch niet meer gaan shoppen? Die stress past niet in je planning. In tijden van onoverzichtelijke chaos klamp je je amechtig vast aan de weinige structuur die je leven nog bevat. Wat moet je trouwens kopen voor de nieuwe partner van je zus? Het zweet spat van je voorhoofd.

‘De volgende.’

De stem van dokter Vermorgen betreedt je gedachten als een inbreker die je verwelkomt met een omhelzing. Je staat op, legt het roddelblad dat je aan het doorbladeren was terug op de stapel en rept je naar de gang. Je ziet hoe de laatste bejaarde met een voorschrift in de hand de praktijk verlaat. Dokter Vermorgen begroet je met de glimlach.

‘Dag Francesco.’
‘Dag dokter.’
‘Alles goed?’
‘Als dat zo was, dan was ik niet hier.’
‘Ik hoor het al: een depressie.’

Jullie gaan allebei zitten. Op zijn oude computer opent dokter Vermorgen mijn medisch dossier. Mijn bijna vijf jaar oude pasfoto verschijnt op zijn scherm. Zoals bij elke consultatie bekijkt hij de foto en zegt hij:

‘Je haar was toen langer.’
‘Dat is waar.’
‘En je had toen geen snor.’
‘Klopt.’
‘Vertel eens, Francesco, wat kan ik voor je doen?’

Nog voor je dokter Vermorgen van je haast en je slaapproblemen hebt kunnen vertellen, rinkelt zijn telefoontoestel. Een kort gesprek tussen dokter Vermorgen en de onbekende andere ontspint zich. Na achtentwintig seconden waarin de dokter louter ‘ja’, ‘nee’ en ‘tot ziens’ heeft gezegd, gooit hij de hoorn terug op de haak.

‘Weet je wie dat was?’
‘Nee.’
‘Carmen Waterslaeghers. Om te vragen of ze haar jas kan terugkrijgen.’

De dokter lacht hardop om zijn eigen grap. Hij alludeert op je panterjas. Wat heeft iedereen toch tegen iemand die niet aan de norm voldoet? Je weerkaatst zijn overbodige grap met overbodige kennis.

‘Carmen heet eigenlijk niet Waterslaeghers, maar Van Dormael. Carmen Virginie Philomène Van Dormael. Dat kom je te weten in de tiende aflevering van seizoen 3, Kiescampagne, waarin zowel Boma als Pico opkomen voor de gemeenteraadsverkiezingen en waarin DDT voorzitter is van het kiesbureau.’

Het gelaat van dokter Vermorgen verstart. Je glimlacht. Beseft dan dat hij nu vast aan het overwegen is om je te laten interneren. Je vertelt hem van je slaapproblemen. Dat je al enkele maanden moeite hebt om in slaap te vallen. Van je zweetaanvallen. Dat je consequent niet naar blauw licht kijkt voor je naar de slaapkamer gaat. Dat je zelfs elke avond een kom warme melk met honing drinkt.

De dokter bekijkt je professioneel bezorgd. Luistert naar je ademhaling. Controleert je bloeddruk. Vraagt je dan of je stress hebt.

‘Voor zover ik weet niet echt, nee.’
‘Wat is je beroep?’
‘Ik ben journalist. Ik schrijf. En ik maak documentaires.’
‘Voor televisie?’
‘Nee.’
‘Voor de radio?’
‘Ja. Nee. Niet echt. Het is ingewikkeld. Ik maak podcasts. Die plaats ik op mijn website en mensen kunnen die gratis beluisteren.’
‘Kan je ervan leven?’
‘Dat begint te komen’, lieg je oprecht. ‘Het is niet eenvoudig, maar alle begin is moeilijk.’ Je uitkering is tenslotte ook een loon, denk je, je verdiende loon. En bestaat er eigenlijk een medicijn dat clichés bestrijdt als symptoom van sociaal ongemak?

‘Is er iets dat je dwarszit? Iets anders dan de slaapproblemen dat mogelijk je stress zou kunnen veroorzaken?’
‘Ik denk van niet. Soms wou ik wel dat mensen uit mijn omgeving mij iets aardiger vonden, maar dat is niet nieuw, dat is altijd zo geweest. Mensen vinden mij meestal niet zo aangenaam.’

Je schrikt van jezelf, weet niet waarom je plots zo openhartig bent. Dokter Vermorgen kantelt zijn hoofd begripvol.
‘Voor het inslapen ga ik je een slaapmiddel voorschrijven. Het belangrijkste is dat je nu enkele nachten zorgeloos kan slapen. Dat zou de vicieuze cirkel van slaapproblemen moeten doorbreken. Normaal gezien zou je rond Nieuwjaar zonder het slaapmiddel moeten kunnen. Begin met een halfje en probeer over enkele dagen een kwartje. Goed? En mocht er toch iets zijn dat je dwarszit: je weet me te bereiken.’
‘Bedankt, dokter.’
‘Dat is dan 1 euro.’

Je betaalt dokter Vermorgen het armoezaaiertarief. Neemt het onleesbare voorschrift in ontvangst. Schudt de dokter de hand. Twijfelt. Vraagt hem:
‘Wat zou u graag krijgen van uw Secret Santa?’
‘Een vakantie naar Curaçao voor een week of drie in een sterrenhotel met vol pension.’
‘Het budget is 25 euro.’
‘Oh. Doe dan maar een warme trui of zo.’
‘Hoe laat is het, dokter?’
‘Bijna twintig voor zes.’

Nog niet eens een halve minuut later sta je op straat. Het is donker, kil, guur, droog. De wind slaat je nietsontziend in het gezicht. Over twintig minuten sluiten de winkels. Je rent. Rent als een panter. Rent in de richting van de winkelstraat. Schaatst je een weg over het voetpad dat meer een pas geboende ijspiste lijkt. Steekt zonder te kijken het zebrapad over. Hoort dan een hysterische mannenstem ‘Pas op!’ krijsen.

Je schrikt. Balanceert. Glijdt dan het zebrapad over als iemand die stilstaat op een loopband. Weet je in allerijl vast te klampen aan een straatlantaarn. Oef. Je kijkt op. Ziet dan hoe een dwerg op een autoped heftig trappend het zebrapad dwarst. Hij steekt zijn te kleine middelvinger naar je op, vloekt: ‘Kijk waar je loopt, idioot met je belachelijke jas.’

En je kan er niets aan doen, je kan het niet onderdrukken. Wat je ziet, is surreëel, en als het niet surreëel is, dan is het hyperrealistisch, en als het niet hyperrealistisch is, dan is het op zijn minst potsierlijk. En je lacht. Je lacht hem uit, spontaan, hardop, veel te luid, die volwassen man van niet eens een meter dertig die tegen je staat te briesen op zijn autoped voor kinderen van acht. Je gelach zwelt aan. Zijn woede slaat om.

‘Val dood’, roept hij je toe met tranen in de keel, terwijl hij zich met zijn autoped een weg door de muur van onbegrip en tegenwind probeert te banen. Het was niet de eerste keer dat hem hoongelach te beurt viel. Het spijt je.

‘Het spijt me. Vrolijk kerstfeest, jongen, ik bedoel: meneer’, roep je hem achterna, maar je weet niet of je woorden zijn puntoren door de tegenwind nog weten te bereiken. Je dist je smartphone op. Het is 17.43 uur. Nog maar 3% batterij. Je steekt hem vlug weer weg in de bekende warmte van je panterjas. In de verte hoor je de dwerg foeteren tegen een toeterende automobilist.

Wat heeft iedereen toch tegen iemand die niet aan de norm voldoet?

 

You’re giving it up so plain
You’re living your life in vain
And where am I going to?

 

– Daniel Johnston

Published by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *